Anderhalve gigawatt aan grote batterijen in de Nederlandse pijplijn
Grootschalige opslag komt in Nederland eindelijk op stoom: circa 1500 MW aan batterijprojecten is in ontwikkeling of vergund, en de jaren 2026–2030 moeten meerdere gigawatturen toevoegen. De redenen staan in de markt geschreven: recordaantallen negatieve middagprijzen, dure avonden en een overvol net dat voor flexibiliteit betaalt.
EuroEnergy-redactie · 1 min leestijd · bijgewerkt op 29 sep 2026
Lange tijd waren grote batterijen de ontbrekende schakel van de Nederlandse transitie: veel gepraat, weinig beton. Dat beeld kantelt — de pijplijn van projecten op netschaal is gegroeid tot circa 1500 MW in ontwikkeling of al vergund, en sectorschattingen zien tussen 2026 en 2030 meerdere gigawatturen verrijzen.
Wat er in de rekensom veranderde. De dagspread — het verschil tussen de zonnige middag en de gasgestookte avond — werd een van de royaalste van Europa: honderden uren met negatieve prijzen per jaar, structureel dure avonden. Een batterij die koopt bij min en verkoopt op de piek, doet haar werk meerdere keren per dag. Daarbovenop komt de balanceringsmarkt van TenneT, historisch een van de best betalende van het continent.
Het klassieke obstakel: alweer het net. De Nederlandse paradox — batterijen die het net zouden ontlasten, staan in dezelfde aansluitrij als iedereen. Netbeheerders bieden inmiddels flexibele contracten aan, met lagere tarieven voor wie beperkingen op kritieke uren accepteert: precies het profiel van een batterij, die netpieken toch al wil mijden.
De politieke context. Het einde van salderen duwt ook huishoudens richting opslag, maar het systeemgewicht ligt bij de grote parken: naast voormalige centrales, onder zonneparken, bij transformatorknooppunten. De komende twee jaar tonen of die 1500 MW op papier draaiende megawatts worden.
De uurprijzen, de economische brandstof van batterijen, op de prijzenpagina.
Meer nieuws
Reacties
Wees de eerste die reageert.