Infrastructuur

Geïnstalleerd vermogen — Zwitserland

Zwitserland: wat er geproduceerd zou kunnen worden als alles tegelijk draaide — het geïnstalleerd vermogen per bron, zoals gerapporteerd voor 2026, naast wat er werkelijk heeft gedraaid.

Geïnstalleerd vermogen
16.116MW
gemeld voor 2026
Hernieuwbaar
39,9%
6.431 van 16.116 MW
Grootste bron
Waterkracht (pompaccumulatie)
6.702 MW · 41,6% van het totaal
T.o.v. 2025
+25MW
0,2% t.o.v. het vorige jaar

Het productiepark, 2026

Geïnstalleerd vermogen per bron, zoals de netbeheerder het rapporteert.

Geïnstalleerd vermogen 16.116MW gemeld voor 2026 Schonere energie voor morgen
Hernieuwbaar 39,9% 6.431 MW
Grootste bron Waterkracht (pompaccumulatie) 41,6%
T.o.v. 2025 +25 MW
Bron Vermogen (MW) Van totaal
Waterkracht (pompaccumulatie) 6.702+6 41,6%
Waterkracht (stuwmeer) 5.799+22 36,0%
Kernenergie 2.983 18,5%
Waterkracht (doorstroom) 632−2 3,9%

Hoeveel er tegelijk draaide

De hoogste productie die in de afgelopen twaalf maanden op één moment is geleverd, per brongroep, naast het geïnstalleerd vermogen.

Van 16.116 MW geïnstalleerd draaide er op één moment hoogstens 11.333 MW — 70% van het park, op 28-08-2026, 12:00:00.

De piek wordt uit ons eigen productiearchief gelezen, niet geschat: het is een ondergrens voor wat het park kan. Een kleine verhouding betekent dat de bronnen van de groep nooit allemaal tegelijk draaiden — waterkracht uit stuwmeren start bij piekverbruik, thermische centrales staan stil als ze niet worden ingezet. Een verhouding boven honderd betekent dat het opgegeven vermogen achterloopt: het cijfer wordt aan het begin van het jaar opgegeven, terwijl er in de loop van het jaar nieuwe eenheden in bedrijf komen. Hier worden groepen vergeleken en geen afzonderlijke brontypes: dezelfde bron kan vermogen rapporteren onder bruinkool en productie onder steenkool, en op groepsniveau komen die twee samen.

Hoe het veranderde, jaar na jaar

Totaal geïnstalleerd vermogen, van 2015 tot 2026.

  1. 2026 16.116MW +25
  2. 2025 16.091MW +18
  3. 2024 16.073MW +214
  4. 2023 15.859MW +16
  5. 2022 15.843MW 0
  6. 2021 15.843MW +152
  7. 2020 15.691MW −376
  8. 2019 16.067MW +167
  9. 2018 15.900MW +1.211
  10. 2017 14.689MW +2.144
  11. 2016 12.545MW +248
  12. 2015 12.297MW

De cijfers komen van het ENTSO-E Transparency Platform: geïnstalleerd productievermogen per productietype. Het jaar is het jaar waarvoor de netbeheerder rapporteert, niet het jaar waarin het cijfer is gepubliceerd.

Twee dingen staan hier niet: het aantal installaties per bron, en batterijen als afzonderlijke bron. Het geaggregeerde rapport bevat ze niet, en batterijen vallen onder “overig”. Ze verschijnen op de dag dat de bron ze apart publiceert.