Infrastructuur

Geïnstalleerd vermogen — Zweden

Zweden: wat er geproduceerd zou kunnen worden als alles tegelijk draaide — het geïnstalleerd vermogen per bron, zoals gerapporteerd voor 2026, naast wat er werkelijk heeft gedraaid.

Geïnstalleerd vermogen
44.028MW
gemeld voor 2026
Hernieuwbaar
69,7%
30.690 van 44.028 MW
Grootste bron
Waterkracht (stuwmeer)
16.416 MW · 37,3% van het totaal
T.o.v. vorig jaar
eerste gemelde jaar

Het productiepark, 2026

Geïnstalleerd vermogen per bron, zoals de netbeheerder het rapporteert.

Geïnstalleerd vermogen 44.028MW gemeld voor 2026 Schonere energie voor morgen
Hernieuwbaar 69,7% 30.690 MW
Grootste bron Waterkracht (stuwmeer) 37,3%
T.o.v. vorig jaar
Bron Vermogen (MW) Van totaal
Waterkracht (stuwmeer) 16.416 37,3%
Wind op land 14.274 32,4%
Kernenergie 6.800 15,4%
Overige bronnen 6.538 14,8%

Hoeveel er tegelijk draaide

De hoogste productie die in de afgelopen twaalf maanden op één moment is geleverd, per brongroep, naast het geïnstalleerd vermogen.

Van 44.028 MW geïnstalleerd draaide er op één moment hoogstens 28.298 MW — 64% van het park, op 20-02-2026, 18:45:00.

De piek wordt uit ons eigen productiearchief gelezen, niet geschat: het is een ondergrens voor wat het park kan. Een kleine verhouding betekent dat de bronnen van de groep nooit allemaal tegelijk draaiden — waterkracht uit stuwmeren start bij piekverbruik, thermische centrales staan stil als ze niet worden ingezet. Een verhouding boven honderd betekent dat het opgegeven vermogen achterloopt: het cijfer wordt aan het begin van het jaar opgegeven, terwijl er in de loop van het jaar nieuwe eenheden in bedrijf komen. Hier worden groepen vergeleken en geen afzonderlijke brontypes: dezelfde bron kan vermogen rapporteren onder bruinkool en productie onder steenkool, en op groepsniveau komen die twee samen.

De cijfers komen van het ENTSO-E Transparency Platform: geïnstalleerd productievermogen per productietype. Het jaar is het jaar waarvoor de netbeheerder rapporteert, niet het jaar waarin het cijfer is gepubliceerd.

Twee dingen staan hier niet: het aantal installaties per bron, en batterijen als afzonderlijke bron. Het geaggregeerde rapport bevat ze niet, en batterijen vallen onder “overig”. Ze verschijnen op de dag dat de bron ze apart publiceert.